Wilt u ook úw vakantieverhaal op de site van TravelPoort? Kijk dan bij Reisverhalen
Birdwatchers Special: zes Toubabs in The Gambia
Gambia, Reisverslag van 02-12-2005 tot 17-12-2005
Deelnemers: Ronny Jacobs en Magda Rijsselaere
Sander Jacobs en Riet Steel
Diederik Strubbe en Linde Jacobs
1 December 2005 Na een lange voorbereiding zijn we eindelijk aan de vooravond van onze, bij Travelpoort geboekte, reis naar Gambia. De verwachtingen zijn hoog gespannen, dit is onze eerste reis naar Afrika en we weten niet echt wat ons te wachten staat.
De reistassen zijn gevuld en gewogen. We overlopen nog een laatste maal een checklist van mee te nemen spullen, alles lijkt oké. Na een rondgang door en rond het huis met onze overbuur Tony, die op onze kippen zal passen en een oogje in het zeil zal houden, houdt niets ons nog tegen te vertrekken, ware het niet dat we nog een lange, waarschijnlijk slapeloze nacht voor de boeg hebben.
2 December 2005 We hebben toch nog goed geslapen, alhoewel we beiden wakker zijn voor de wekker afloopt. We hebben nog alle tijd voor een ontbijt, we doen de afwas en schakelen alles uit wat niet direct noodzakelijk is voor het functioneren van ons huis. 15 Minuten vroeger dan afgesproken verschijnt onze chauffeur van dienst Greet op het appèl. De wagen wordt geladen in de miezerige regen bij een buitentemperatuur van niet meer dan 2° C. We begeven ons op weg richting Gent waar onze kinderen waarschijnlijk reeds vol ongeduld op ons zitten te wachten.
Om 9.30 uur zijn we gereed. Binnen een uurtje gaat onze trein richting Schiphol. Bij Sander en Linde is men volgens mij reeds druk aan het oefenen in “the way of life in Africa”. Ze zijn op het eerste zicht helemaal niet gestressd. Met langzame spoed worden talloze lijstjes geraadpleegd, hebben we dit mee, hebben we dat niet vergeten? Ik krijg het zodanig op mijn heupen dat ik even naar buiten ga om af te koelen (wat bij deze weersomstandigheden niet echt moeilijk is). Uiteindelijk bereiken we al rennend het juiste perron.
Bij het overstappen in Berchem merken we dat de trein naar Amsterdam 15 minuten vertraging heeft. Wachten op het koude perron valt niet mee, maar de spirit is oké. Na een drietal uren sporen door het besneeuwde landschap, rollen we eindelijk de luchthaven binnen. Er rest ons nog ruim 2 uur voor de officiële vertrektijd van ons vliegtuig naar Gambia, maar tot onze teleurstelling merken we dat onze vlucht vertraging heeft. Bij navraag aan de infobalie blijkt dat ons toestel een uur later dan voorzien, dus om 18.00 uur zal opstijgen. Als we rond 17.00 uur bij de juiste gate komen, blijkt dat daar reeds een hoop mensen staat aan te schuiven voor de handbagagescanner. Het scannen verloopt zeer ernstig, met deze kerels valt niet te spotten, maar alles verloopt zonder problemen. Toch blijkt dat de vlucht om onduidelijke redenen nóg meer vertraging oploopt. Uiteindelijk kiest onze, tot in de nok gevulde, Boeing 767 het luchtruim om na een voorspoedige en verzorgde vlucht om 00.30 uur lokale tijd te landen op Banjul International Airport.
3 December 2005 Het eerste wat mij opvalt bij het uitstappen is de temperatuur, het is zeer aangenaam, ik schat zo ongeveer 25°C. Het tweede is een aantal zwart met wit gekleurde kraaiachtige vogels: Pied Crow (Schildraaf) Zij hebben wel iets van de bij ons sporadisch waar te nemen Bonte Kraai, maar dan met meer uitgesproken scherp afgelijnde kleuren. Voor we de bagageband bereiken worden we aangesproken door een geüniformeerde Gambiaan die mij in een op het eerste zicht onbegrijpelijk Engels toeroept: “Youbothtenyeurostaxplease” wijzend op mij en Diederik. Als ik hem totaal onbegrijpend aankijk herhaalt hij iets trager: “Ten euro tax please”, ja natuurlijk, de toeristenbelasting, die was ik glad vergeten. Tot mijn verwondering staan rond de bagageband meer Gambianen dan reizigers, ze sloven zich uit om van het ogenblik dat een reiziger naar een koffer grijpt deze weg te grissen en op een bagagewagentje te laden in de hoop op een fooi. Aangezien wij nog geen enkele dalasi op zak hebben bedanken wij beleefd voor deze dienst. Tot mijn verwondering wordt bij het verlaten van de bagageruimte nogmaals alles door een scanner gehaald. Dit alles verloopt redelijk chaotisch en vraagt toch wel enig geduld van de vermoeide reizigers. Ondertussen heeft Magda buiten iemand van Travelpoort ontmoet die haar voorstelt aan een in een lang gewaad geklede Gambiaan die het transport zal verzorgen naar ons eerste verblijf: Het Paradise Inn lodge in Tanji. De man stelt zich voor als mr.B. en sleurt met onze bagage alsof zijn leven er van af hangt. In een op het eerste gezicht redelijk nieuw Mitsubishi minibusje vertrekken we richting Tanji. Eenmaal buiten de luchthavenzone is alles pikdonker, het is dus moeilijk een eerste indruk van het land op te doen, de wegen lijken oké en er is veel nieuwbouw langs de weg. Tanji kondigt zich aan met een allesoverheersende visgeur. Er wordt hier op grote schaal vis gevangen en dan vers of gerookt verkocht. Na enige tijd komen we terecht op een zandweg, links en rechts ontwaar ik de vage omtrekken van in metalen golfplaten opgetrokken bouwsels. Af en toe loopt er een geit over de weg. Van links naar rechts over de weg laverend zoekt ons busje zich een weg tussen de kuilen en bulten. Later zullen we te weten komen dat dit type van wegen 90% van het wegennet van Gambia uitmaakt. Uiteindelijk om 2.00 uur in de morgen bereiken we, flink door elkaar geschud, ons logement. We worden hartelijk ontvangen met een welkomstwoord en een plaatselijk drankje (dat we ondanks onze voornemens i.v.m. een “Banjul Belly” toch aanvaarden) in de bar van het Paradise Inn door de nachtwaker. Er ligt een briefje van onze gids Laibo, met de boodschap dat hij vanwege het late uur hier niet aanwezig kan zijn. Onze hutten worden aangewezen, ruim en comfortabel, Afrikaanse stijl, rotan bedden en een zachte matras.
Rond 8.00 uur ontbijt, ik ben deze morgen gewekt door de geluid van zingende vogels. Vooral de Western Grey Plantaineater (Grijze Bananeneter) en de Common Bulbul (Grauwe Buulbuul) verzorgen hier de wekdienst. Tijdens het ontbijt ontmoeten we Mamadou, de kelner, entertainer en manusje van alles van het Paradise. Het is een aangename kerel die direct de beste vriend is van onze kinderen. Ook onze kennismaking met Jozef –“Joowzuf”- en zijn vrouw Adrie verloopt in een aangename sfeer, zij zijn de Nederlandse uitbaters van dit rustige domein. Zij regeren met strakke hand, maar dat moet wel als je een zaak als deze correct wil runnen. Binnen de kortste keren zijn we op de hoogte van het reilen en zeilen in ons logement. Eén regel staat voorop, de klant is koning, en bij problemen: één adres: Jozef.
Om 9.00 uur stipt komt het minibusje Van Mr. B. aangehobbeld, vanaf dit ogenblik begint het avontuur, namelijk het zoeken naar en observeren van vogels. Mr.B. heeft zijn traditionele plunje verwisseld voor iets meer gangbare kledij, en heeft twee nieuwkomers meegebracht. Laibo wordt voorgesteld als onze gids voor de komende weken, en Buba zijn trainee of leerjongen (alhoewel later zou blijken dat hij reeds 33 was). Het team is dus compleet, we kunnen van start gaan. Onze eerste trip voert ons naar het
Tanji Birdreserve.
Dit prachtige mangrovegebied bevindt zich aan de monding van de rivier die Tanji zijn naam gaf. De trip levert ons 47 verschillende vogelsoorten op waarvan er maar enkele ook in onze kontreien te bewonderen zijn, zoals de Whimbrel (Regenwulp). Meer tot de verbeelding sprekend zijn de plaatselijke soorten, zoals de Whire-tailed swallow (Roodkruinzwaluw), de Variable Sunbird (Ornaathoningzuiger), de Senegal Thicknee (Senegalese Griel), de Osprey (Visarend), de African Harrier Hawk (Kaalkopkiekendief) en nog veel meer. Dit is een waarlijk ornithologisch paradijs en op de aanwijzing van onze uitstekende gids komt de een na de andere voor ons nieuwe soort voor onze begerige lenzen tevoorschijn.
Buba noteert nauwgezet elke nieuwe soort die we te zien krijgen en vormt al snel een team met Magda die elke keer de Nederlandse naam voor hem opzoekt. Rond de middag zijn we terug in Paradise Inn voor een lange siësta tot 16.00 uur. Het is te heet om te bewegen en na de reis is de rust meer dan welkom. We kunnen het echter niet laten: samen met Sander en Diederik verken ik uitgebreid de tuin van dit prachtig domein, echter niet zonder eerst kennis te hebben gemaakt met het plaatselijke gerstenat: Julbrew, een voortreffelijk pilsje. In de tuin ontdekken we nog een Red Kite (Rode Wouw) die zoals later zou blijken, hier behoorlijk zeldzaam is. De Hooded Vultures (Kapgieren) zweven boven onze hoofden (zien we er dan zo slecht uit?). We kunnen het nog bijna niet bevatten dat we in Afrika zijn. Stipt om 16.00 uur worden we door onze escorte opgehaald voor een wandeling naar de
Madiana Waterways.
Deze wandeling leidt ons langs stoffige paadjes door een afwisselend landschap van in cultuur gebrachte velden, verspreide gras en struikvegetatie en groepen bomen. Rond dit tijdstip begint de temperatuur gelukkig reeds enigszins te dalen tot een draaglijk niveau. De prachtige vergezichten en monumentale bomen zijn een streling voor het oog, maar het zijn vooral de vogels die ons interesseren. De twee en een half uur durende wandeling levert maar liefst 39 verschillende vogelsoorten op waarvan 28 nieuwe. Wat dacht je van de Palmnut Volture (Palmgier) en de Pearl-spotted Owlet (Geparelde dwerguil) of de Giant Kingfisher (Afrikaanse reuzenijsvogel)? We vroegen ons tijdens de wandeling af waarom Laibo op een zo eigenaardige manier liep de fluiten, het antwoord liet niet lang op zich wachten, een identiek geluid kwam plots vanuit de struiken, afkomstig van de eerder vernoemde Pearl-spotted Owlet. Het kleine uiltje liet zich aanvankelijk moeilijk bekijken maar viel uiteindelijk voor de charmes van onze lenzen.
4 December 2005 Na het lekkere ontbijt arriveren stipt op tijd onze drie begeleiders. Laibo begroet ons met een “Did you have a sound sleep?”, later zou blijken dat dit zijn standaard begroeting is. Ook Mr.B. lijkt er klaar voor, maar Buba heeft duidelijk een probleem. Schoorvoetend komt deze verlegen man vragen naar papier en pen om onze waarnemingen te noteren, waarbij hij zich excuseert voor deze tekortkoming later zou blijken dat het woord “sorry” een stopwoordje is dat te pas en te onpas wordt uitgesproken, bijvoorbeeld als je niest of toevallig tegen een steentje schopt. Met de met lichte aandrang door Laibo uitgesproken woorden “Can we go now” vertrekken we richting Bundroad Banjul. Bundroad is een van de hoofdwegen richting Banjul, het is er redelijk druk. Het bijzondere aan dit deel van de weg dicht bij Banjul is dat hij langs beide kanten geflankeerd wordt door met riet en heesters begroeide getijdevlakten van de rivier Gambia, afgewisseld met hier en daar een grote kreek. 30 Verschillende vogelsoorten noteren we hier waarvan 14 nieuwe. De Yellow-fronted Canarie (Mozambiquesijs) is er een van en de Western-reef Egret (Westelijke Rifreiger), de Blue-cheeked bee-eater (Blauwwangbijeneter) en de Gull-billed Tern (Lachstern) zijn ook van de partij en als toetje krijgen we de Malachite Kingfisher (Malachietijsvogel) en de Splendid Sunbird (Roodbuikhoningzuiger). We maken nog een paar prachtige foto’s van de Pied Kingfisher (Bonte IJsvogel) en de Little Bee-eater (Dwergbijeneter). Aan het einde van de weg ter hoogte van een kwalijk riekende brandende vuilnisbelt staat Mr.B. ons reeds op te wachten voor de tocht naar het volgende doel, het
Abuko Nature Reserve.
Het reservaat bevindt zich op de weg van Serekunda naar de luchthaven. Het is een ongeveer 130 hectare groot restant van de oorspronkelijke vegetatie van Gambia met majestueuze bomen, een prachtige waterpartij voorzien van kijkhut en een revalidatiecentrum voor zieke wilde dieren, vooral apen, die later uitgezet worden op Baboon Island. In de reeds hoge temperatuur van de late voormiddag bieden de monumentale bomen van dit reservaat een zalige koele schaduw. Hier krijgen we een indruk van hoe Gambia er vroeger moet uitgezien hebben. Op deze wandeling krijgen we 23 vogelsoorten te zien, waarvan 14 nieuwe. De Brown-troated Wattle-eye (Bruinkeelvliegenvanger), de Grey-headed Bushshrike (Spookklauwier) en de Green-crested Toeraco (Groene Toerako) zijn er een paar van, maar ook de Red-bellied Paradise Flycather (Paradijsmonarch) en de Verreaux’s Eagle Owl (Verreaux’s Oehoe)zijn niet mis. Moe en een beetje verhit worden we rond 14.00 uur gedropt bij onze lodge’s voor een korte siësta. Een koude douche, een paar Julbrews en een uurtje rust doet wonderen. Om 16.00 uur zijn we klaar voor een nieuw avontuur. Deze keer gaat de trip naar de
Kotu Creek en Ponds.
Dit gebied is een aaneenschakeling van een aantal grote rechthoekig uitgegraven bekkens die dienst doen als bezinkbekkens voor het door de omringende hotels geproduceerde afvalwater. Dit klinkt waarschijnlijk een beetje raar, maar de werkelijkheid is mooier dan je denkt. Een groot aantal vogels paradeert hier op en rond de bezinkputten, waarvan het water er ongelooflijk zuiver uitziet. Met de aangrenzende rijstvelden erbij krijgen we hier 33 verschillende vogelsoorten voorgeschoteld waarvan er 12 soorten zijn die we nooit eerder hebben gezien. Reeds gehoord van de Northern Black Flycather (Senegal Drongo Vliegenvanger), de Abyssinian Roller (Sahelscharrelaar) of de Green Wood Hoopoe (Groene kakelaar)? Het is reeds donker als we uiteindelijk het Paradise Inn bereiken. Na afscheid genomen te hebben van onze sympathieke begeleiders praten we nog na in de bar. De Julbrew smaakt als de beste wijn en het diner mag er ook zijn. De kinderen hebben een afspraak met Mamadou voor de wekelijkse discoparty, en wij: “de oudjes”, kruipen onder de klamboe, moe maar voldaan.
5 December 2005 Met zijn gebruikelijke “Did you have a sound sleep?” worden we om 8.00 uur stipt, begroet door Laibo. Vandaag zal de trip ons naar “Marikissa Woods” brengen.
Marikissa Woods Dit natuurgebied ligt helemaal aan de grens met Senegal, zuidelijk van de stadje Brikama dat bekend is door zijn, “woodcarving”. Als je een Afrikaans kunstwerkje wil, dan zal je hier zeker iets van je gading vinden. Marikissa is een uitgestrekt savannegebied met af en toe een klein beetje landbouw, vooral aardnoten. Je kan merken dat bepaalde delen om de zoveel jaar afgebrand worden, maar dat gebeurt gecontroleerd en op zeer kleine schaal. Hoge graslanden worden afgewisseld met natte stroken begroeid met manshoog riet, kleine bosbestanden en verspreide struiken. Het geheel wordt opgesmukt door prachtige, met lelies begroeide, plassen en solitaire bomen. De prachtige wandeling is goed voor 37 vogelsoorten waarvan er 12 nieuw zijn. De mooiste waarnemingen hier zijn deze van de Violet Toerako die in het Nederlands dezelfde naam heeft, de Roufous-crowned Roller (Roodkruinscharrelaar), de Swallowtailed Bee-eater (Zwaluwstaartbijeneter) en de Lizzard Buzzard (hagedisbuizerd). De Grey Kestrel (Grijze Torenvalk) maakt hier ook zijn debuut, maar de Blue-bellied Roller (Blauwbuikscharrelaar) die zich in allerlei bochten wringt om toch op de foto te mogen, steelt hier de show. Tijdens de hete middaguren eten en rusten we in het Marikissa River Camp, we zijn er de enige gasten. De vrouw des huizes maakt frietjes met omelet tegen zeer democratische prijzen. Het kamp wordt gerund door een Nederlander denken we, we hebben kort een blanke man gezien en er staan beschilderde Hollandse klompjes op de toog.
Het zwembad in de tuin staat droog maar het riviertje grenzend aan het kamp oogt verleidelijk. Een voorbij zwemmende krokodil brengt ons echter op andere gedachten. Pied- en Giant Kingfishers begeleiden ons door de hete middaguren. De namiddagwandeling brengt ons naar
Brufut Woods.
Brufut Woods is een uitgestrekt droog savannegebied, hoog olifantengras afgewisseld door doornige bosjes. 17 Vogelsoorten levert deze wandeling ons op waarvan er een viertal nieuw zijn. De mooiste vindt ik de African Pygmy Kingfisher (Afrikaanse Dwergijsvogel), een kleine blauw met rood iriserende IJsvogel met het formaat van een Winterkoninkje maar dan met lange bek. Ook de Black-crowned Tchagra (Zwartkruinsjagra) laat zich zien. De Double-spurred Francolin (Barbarijse Frankolijn) kan je hier niet mislopen. En dan nog eentje die hier, net als wij, met vakantie is: de “Tjiftjaf”. Na nog een mooi plaatje van een African Grey Hornbill (Grijze Tok) gemaakt te hebben gaan we terug richting Paradise Inn voor een verkwikkende douche. Deze avond gaan we eten buiten Tanji, het plan is, geld wisselen in Kololi en dan eten bij Alibaba. Voor het eerst deze reis komen we terecht in het toeristisch hart van Gambia. Onze escorte schermt ons zo goed mogelijk af van de vele bumsters die ons om de 5 seconden aanklampen. Het geld wisselen verloopt correct, Mr.B. en Laibo zorgen er voor dat ik niet wordt lastig gevallen tijdens het natellen. We spreken af dat we de drie mannen na de maaltijd zullen ophalen in het dichtst bijzijnde internetcafé. We eten in de tuin van het Alibaba restaurant, als voorgerecht gevulde en gefrituurde pannenkoekjes en als hoofdgerecht: kip domada. Dit zijn kleine blokjes kip in een pikante pindasaus geserveerd met rijst of frietjes, alles vergezeld van de nodige Julbrews. Halfweg de maaltijd komt Buba nog eens informeren of alles naar wens is, deze mannen, die stilletjes aan vrienden worden, nemen hun job blijkbaar zeer serieus.
6 December 2005 Jundum Woods Dit gebied lijkt een beetje op het eerder besproken Marikissa maar is veel groener. Ook hier is de teelt van aardnoten de belangrijkste agrarische activiteit. Dit prachtige gebied is opnieuw goed voor 42 verschillende vogelsoorten waarvan er 15 voor het eerst te bewonderen zijn. De Yellow-crowned Gonolek (Goudkapfiscaal) had reeds dikwijls van zich laten horen, maar liet zich hier voor het eerst bewonderen. Nog een wintergast is de Winchat (Paapje). Ook verschillende roofvogels zijn van de partij, exemplaren als de Dark Chanting Goshawk (Donkere Zanghavik) en Black-Shouldered Kite (Grijze Wouw) tonen zich hier in al hun pracht. De kers op de taart vind ik echter de Striped Kingfisher (Gestreepte IJsvogel). dit is de enige IJsvogel die niet aan water gebonden is. Als afscheid van dit gebied, laat een Swallowtailed Bee-eater (Zwaluwstraartbijeneter) zich vastleggen op de gevoelige plaat. Rond de middag zetten we onze tocht voort richting Lamin Lodge, hier zullen we lunchen en rusten. Lamin Lodge is een volledig op palen gebouwd restaurant aan de oever van de rivier Gambia. Het is een uitgebreid complex met drie verdiepingen en vele gelijkvloerse, of moet ik zeggen gelijkwaterse uitbreidingen. We eten er rijst met groenten en vlees die we wegspoelen met heerlijk ijsgekoelde Julbrew. Daarna is het luieren tot Buba, Mr.B. en Laibo ons om 16.00 uur komen ophalen voor de volgende trip.
Bijilo Forrest Dit domein is ook een restant van het vroegere oerwoud, het meest typerende aan dit park is volgens mij de gigantische, door de oceaanwind in bizarre vormen geknede, baobabs die dit domein scheiden van de zee. 19 Vogelsoorten zien we hier waarvan we er 4 nog nooit hebben gezien. De African Golden Oriole (Afrikaanse Wielewaal) heeft zijn nest aan de ingang van het park. Hier merken we dat Laibo een BG is of Bekende Gambiaan. Het was ons reeds eerder opgevallen dat Laibo door andere gidsen met het nodige respect werd behandeld, hier blijkt dat de conservator van Bijilo forrest een vroegere leerling is van Laibo. Ook blijkt dat Laibo een prominente plaats inneemt in het WABSA of West African Bird Study Assosiation. Bovendien heeft Laibo als eerste Gambiaan een Vogelgids geschreven: Birds of the Gambia, met beschrijvingen van vogelgebieden die in andere werken niet te vinden zijn. Het boek is nog niet uit, maar ik heb mij alvast ingeschreven voor een gesigneerd exemplaar. We zijn dus op weg met de crème de la crème van de Gambiaanse vogelgidsen.
Verder ontdekken we nog een Cardinal Woodpecker (Kardinaalspecht) en een Snowy-crowned Robin-chat (Witkruinlawaaimaker), deze heb ikzelf echter moeten missen door een plots opkomende bekende toeristenziekte, namelijk de gevreesde “Banjul-Belly”.Deze heeft mij een “zich snel naar de uitgang begeven” gevoel gegeven. Ik heb de uitgang echter niet bereikt en heb mijn toevlucht moeten zoeken achter een doornig bosje. Later zou Sander grappen maken over de eigenaardig bruin gespikkelde aapjes in Bijilo Forrest.
7 December 2005 Vandaag hebben we een dag zonder vogels kijken ingelast, we hebben onze drie vrienden eigenlijk moeten overhalen. Laibo is het gewoon om met twitchers rond te trekken en voor hen is iedere minuut geen vogels kijken een verloren minuut. We hebben besloten om na het late ontbijt, Laibo om 10.00 uur te ontmoeten bij zijn compound rechtover de moskee van Tanji, een wandeling van ongeveer 15 minuten. Hier krijgen we een idee van hoe zo’n compound is ingericht en georganiseerd. We hebben geschenken mee voor Laibo en Buba die hier als trainee van Laibo inwoont. Buba verdient enkel zijn kost en inwoning tot hij zich een volwaardig vogelgids mag noemen en zelf klanten kan werven. Daarna bezoeken we de lagere school van Tanji. We maken kennis met de headmaster en krijgen een deskundige uitleg over de werking van de school. We overhandigen de meegebrachte geschenken. De leerkrachten en leerlingen reageren uitbundig op de nieuwe schriftjes, pennen en bandana’s. We krijgen nog een rondleiding door een in een prachtig gewaad geklede lerares en een vakkundige uitleg over de verschillende lopende projecten. Tot slot worden we in een van de klasjes verrast op een heus kinderkoor. Ik krijg er zowaar een klein hartje van. Daarna gaan we eten op het strand, tapalapa met smeerkaas, cornedbeef, mangoconfituur en mayonaise. Vind je dit een rare combinatie? Voor onze gastheren is dit heel normaal en ze smeren het allemaal tegelijk op hun Afrikaanse stokbrood, zelfs een doosje vettige sardines belandt tussen de confituur en mayonaise. Terwijl de meisjes zwemmen in de oceaan maak ik met Laibo nog een ommetje, hier ontmoet ik een andere Laibo, een man die bezorgd is om zijn land. Hij ziet overal aan de kust nieuwe gebouwen verschijnen, hotels en toeristische attracties, allemaal ten koste van prachtig natuurgebied en ten voordele van rijke buitenlandse investeerders die deze gronden voor een schijntje kunnen kopen van de overheid. De plaatselijke bevolking profiteert hier maar weinig van, enkel wat werkgelegenheid, de grote winst gaat naar buitenlandse projectontwikkelaars en ondernemers. Na de siësta trekken we richting Serekunda waar zich de grootste markt van Gambia bevindt. De eerst indruk van deze markt is overweldigend, een ongelooflijke mix van lawaai, geuren, kleuren en hectische drukte komt op ons af. Ook bumsteren is hier een plaag, het vergt soms heel wat overtuigingskracht deze kerels af te schudden. Het beste is nog gewoon, straal negeren en blijven glimlachen. Sander laat hier zijn haar knippen, het is te zeggen, nadat de kapper zijn generator had hersteld, wat wel een tijdje duurde. Na de knipbeurt ziet hij er wer als 16 uit en ik weet niet of Riet dat wel prettig vindt.
Na het markten wachten we in de auto op Laibo die inkopen doet voor de tocht van morgen. Het is bloedheet en de ramen staan open. Mr.B. staat aan de deur op wacht, hij kijkt voortdurend op zijn horloge (heel vreemd voor een Gambiaan), blijkbaar is Laibo langer weg dan verwacht. Na een tijdje wordt Magda die aan de andere kant aan een raampje zit, aangesproken door een jonge man die blijkbaar gewoon een praatje wil maken en voor de verandering niets te verkopen heeft. Bijna onmiddellijk heeft dit joviale heerschap onze onverdeelde aandacht. Als Mr.B. dit opmerkt zie ik voor het eerst in mijn leven hoe een zwarte man wit wordt van woede, met een vlug gebaar trekt Mr.B. een grote moersleutel van onder de zetel en met een luid “It’s a thief !!!” stort hij zich op de vermeende dief. In een oogwenk verzamelt zich een menigte die beide partijen uit elkaar haalt. Ook de politie verschijnt zeer snel en na een luide woordenwisseling kan Mr.B. terug naar zijn wagen en wordt de vermeende dief weggeleid. Later vertelt Mr.B. dat hij de man herkende van een vorige gelegenheid toen hij met hetzelfde trucje een Amerikaanse klant aan de praat had gehouden terwijl een handlanger aan de andere kant van de auto een dure camera had gestolen. De Amerikaan had, menende dat Mr.B. mee in het complot zat, gedreigd met een proces. Mr.B. zag zichzelf reeds in de gevangenis, hoe kon hij zo een dure camera ooit terug betalen? Gelukkig was de camera later terug gevonden. Nu stond deze kerel met de mooie praatjes hier weer, met het bekende resultaat. Nogmaals besef ik dat we geluk hebben met onze drie vrienden, anders waren we zeker bestolen.
Voor alle duidelijkheid wil ik zeggen dat dergelijke zaken zich enkel voordoen op drukke plaatsen en in toeristische centra, en dat de boosdoeners enkelingen zijn. Geen enkele keer hebben wij ons tussen de gewone bevolking onwennig of bedreigd gevoeld. De Gambianen zijn een vriendelijk, goedlachs, maar arm volk dat ik niet wil veroordelen op het gedrag van enkelingen.
Terug in het Paradise Inn smullen we van de door ons aangevraagde en door Mamadou gearrangeerde Afrikaanse maaltijd, minstens even lekker als bij Alibaba: kip domoda weggespoeld met wat denk je, een frisse Julbrew. Dit is onze laatste avond in het Paradise Inn en we maken het iets later dan normaal.
8 December 2005 Vandaag afscheid van de mensen in het Paradise, het gaat een beetje moeilijk, we hebben gedurende de 5 dagen dat we hier logeren een band gekregen met deze mensen die moeilijker te verbreken is dan ik dacht. Vooral Mamadou, onze steun en toeverlaat, wil ik danken voor zijn goede zorgen. Er wordt nog wat over en weer gepraat, adressen uitgewisseld en foto’s genomen. Iets later dan normaal komt ons busje aangesnord, er is een lekke band die onderweg zal moeten hersteld worden. Terwijl we langzaam wegrijden duwt Jozef, de manager nog een mooie bloem in de handen van Magda, een geschikte kerel die Jozef. Er wordt volgetankt en even later stoppen we bij wat hier doorgaat voor een bandencentrale. Na een hele tijd van meten passen en onderhandelen wordt de diagnose gesteld, een spijker. Wegens gebrek aan de nodige apparatuur kan de band niet worden hersteld en een geschikte binnenband is niet voorradig. We rijden verder richting Brikama waar we een voorraad tapalapa, toespijs en water inslaan. Ondertussen is het reservewiel hersteld en kunnen we de reis hervatten. Na 15 minuten bereiken we, en dat mag je letterlijk nemen, “het einde van de weg” de redelijk goede asfaltweg is plots vervangen door een rode woestenij, flarden asfalt worden afgewisseld door met droog rood stof gevulde putten en geulen. Links en rechts van de oorspronkelijke weg hebben zich een soort laterale wegen avant la lettre gevormd die afhankelijk van de verkeerssituatie sporadisch zowel links als rechts bereden worden, en net als je denkt, dit kan niet erger, verschijnt er nog een groter gat in de weg. Na een ogenschijnlijke eeuwigheid rijdt Mr.B. plots van de weg af. Tot onze verwondering en genoegen heeft Laibo nog een excursie voorzien, we bevinden ons op het
Faraba Bantang Bushtrack We spotten langs dit pad 26 verschillende vogelsoorten waarvan 9 nieuwe, waaronder een absolute topper. Vooral de roofvogels zijn hier goed vertegenwoordigd, wat dacht je van de Bateleur (Goochelarend) of de Grasshopper Buzzard (Sprinkhaanbuizerd), ook de Lannervalk heeft geen probleem met onze aanwezigheid, even later zit een Long-crested Eagle (Afrikaanse Zwarte Kuifarend) ons verwijtend aan te kijken terwijl als kers op de taart nog een Martial Eagle (Breedkoparend)over onze hoofden zweeft. Deze laatste is er eentje waar de meeste twitchers zich reeds jaren suf naar zoeken. Voldaan rijden we terug naar de hoofd “weg” en doorstaan de beproevingen. Ondertussen is door het steeds op en neer klappen van de middenbank een gat ontstaan in de achterste wielkast, waardoor fijn stof de cabine binnenstuift en onze bezwete gezichten rood kleurt. Uiteindelijk houden we stil om te eten en te rusten. Tijdens de maaltijd worden we vergezeld van een aantal Abyssinian Rollers (Sahelscharrelaars) en worden we verrast door een overzwevend exemplaar van de White-backed Vulture (Bengaalse Witruggier). Na wat een eeuwigheid lijkt bereiken we onze bestemming, het Tendaba Camp. Na het betrekken van onze Lodge’s, die iets spartaanser zijn dan de vorige maar naar onze normen nog goed te doen, besluit Laibo Eagle eye, zoals ik hem noem, nog een wandeling te maken die ik hier voor het gemak de
Tendaba Surroundings zal noemen. De surroundings leveren ons nog eens 16 verschillende vogelsoorten op waaronder 3 nieuwe, De Village Indigo Bird (Staalvink) de Red-rumped Swallow (Roodstuitzwaluw) en op aanwijzing van de plaatselijke gids Wandi, een African Fish Eagle (Afrikaanse Zeearend) op het nest. Ik meen nog even twee donzige kopjes boven het nestrand te zien, maar dit kan ook een fata morgana zijn, ik ben hier dus niet zeker van.
9 December 2005 Tendaba Boattrip Om 8.00 uur worden we verwacht op wat een van de mooiste uitstappen van onze reis zal worden. Vergezeld door een Engelse twitcher en zijn echtgenote, een Nederlands jong koppeltje, onze gidsen Wandi, Laibo, en natuurlijk Buba, steken we in een slanke pirougue, (dit is een soort buitenmaatse kano) de rivier Gambia over in de richting van een gigantisch netwerk van geulen, kreken en getijdenplassen, van elkaar gescheiden door dichte mangrovebossen. Dit zijn de bolongs. Tijdens de overtocht zie ik, net als in een documentaire van National Geographic, een Afrikaanse Zeearend een dikke vis uit het water halen. Eenmaal in de bolongs belanden we in een totaal andere wereld. Alles lijkt nieuw en perfect. Een stuk oernatuur, nog onaangeroerd door de mens. Ons bootje glijdt langzaam en bijna geruisloos langs onwaarschijnlijk mooie landschappen, dichte mangrovebossen, zandbanken en uitgestrekte kreken. We zijn er stil van, gedropt in een nieuwe wereld. Deze tocht levert ons 43 verschillende vogelsoorten op waarvan er 12 nieuw zijn. We hadden een beweging opgemerkt tussen de mangrovewortels, en na tien minuten geeft het zijn identiteit prijs, een White-backed Night Heron (Witrugkwak), een Sacred Ibis (Heilige Ibis) is ook van de partij, maar het indrukwekkendst is de Goliath Heron (Reuzenreiger). Dit beestje meet 1,50m van grond tot kop en heeft een indrukwekkende spanwijdte. De waarneming van een Grey-headed Kingfisher (Grijskopijsvogel) is ook niet mis. Jammer, we moeten deze wondere wereld verlaten voor het volledig laagtij is, anders raken we hier opgesloten. Laibo heeft vóór de middag nog een wandeling gepland, de tocht gaat naar de
Tendaba Ricefields Deze korte wandeling levert ons 21 waarnemingen op waarvan er weer 5 nieuw zijn. Een Woolly-necked Stork (Bisschopsooievaar) staat ons ongegeneerd aan te kijken (dit blijkt Buba’s lievelingsvogel te zijn) terwijl boven onze hoofden een Tawny Eagle (Steppenarend) het mooie weer maakt. Even later krijgt deze het gezelschap van een Short-toed Eagle (Slangenarend). Probeer dit maar eens ergens in Europa voor elkaar de krijgen, hier in Afrika is het de normaalste zaak van de wereld. De ochtend wordt afgesloten door een Great White Pelican (Rose Pelikaan), dit beest is een stuk groter dan de Pink-backed. Sander vergelijkt Pelikanen wel eens met vliegende boten en eigenlijk klopt dit wel een beetje. Na de middagrust besluit de vrouwelijke helft van ons gezelschap lui aan het zwembad te blijven terwijl de mannen onder leiding van Laibo en zijn trainee ons een nieuw gebied binnenleiden.
Tendaba Airport Niet dat hier na de Tweede Wereldoorlog nog ooit een vliegtuig is geland, het gebied heeft zijn naam te danken aan zijn vorm, het is een gigantisch rechthoekig stuk overstromingsgebied bezaait met plassen, groepjes doornige struiken en rietvelden. Deze wandeling levert niet zoveel op wat aantallen betreft, 13 soorten slechts (zijn we nu reeds verwend?) 4 hiervan zijn nieuw, een Purple Glossy Starling (Purperglansspreeuw) mag de spits afbijten. De volgende op het lijstje zijn Greater Honey-Guide (Grote Honingspeurder)en een Common Quail (Kwartel), deze belandt bijna onder mijn zware wandelschoenen. De absolute topwaarneming op deze wandeling is de Bathawk (Vleermuiswouw). Dit is zeer uitzonderlijk, volgens Laibo is deze vogel tot nu toe slechts drie maal eerder waargenomen in Gambia, en zelf had hij er nog nooit eerder een gezien. Laibo kan het zelf bijna niet geloven, “you’re very, very lucky” blijft hij maar zeggen. Het beest zit aan de rand van de vlakte op een lage tak op de schemering te wachten. De vogel laat zich uitgebreid bewonderen en determineren en we blijven kijken tot dit vanwege de duisternis niet langer mogelijk is.
10 December 2005 Vandaag trekken we nog maar eens 100km verder naar het Oosten, reisdoel “JanjangBureh”.
Het afscheid is ook hier in het Tendaba Camp niet zo eenvoudig, Gambianen zijn zeer lieve, vriendelijke mensen waar men zich snel aan hecht. De uitbundigheid waarmee ze ons uitwuiven is ontroerend.
De eerste nieuwe vogel die we op onze tocht langs de Central River Division in de lens krijgen is de Egyptian Plover (Krokodillenwachter). Het prachtige dier loopt zomaar over de weg voor ons minibusje. Het is hier een desolaat landschap, de weg wordt aan beide zijden geflankeerd door een immense watervlakte vol met stompen van een op het eerste zicht afgebrand woud, heel bizar. Ook zien we hier voor het eerst een Black-headed Plover (Zwartkopkievit), dit blijkt de lievelingsvogel van Laibo te zijn. De tocht gaat verder en brengt ons bij de Ka-ur wetlands. Als we reeds dachten dat ons geluk was opgebruikt bij het spotten van de Bathawk, dan hadden we het mis. Een African Finfoot vliegt spetterend op uit het water en laat zich uitgebreid bewonderen door de perplexe toeschouwers. Laibo-eagle-eyes kan het niet geloven, "This is very rare,you’re very lucky", blijft hij maar herhalen. De watertrapper, een nogal lullige Nederlandse naam voor deze bijzondere vogel, is inderdaad een zeldzaamheid. Waaraan hebben wij dit verdiend? Na het voorbijrijden van een groot bord met de vermelding, “Say No To Bribery” (zeg nee tegen omkoping), belanden we bij de ferry die ons naar de North Bank Division moet brengen. Het lijkt hier wel een markt, er staat een lange file auto’s en vrachtwagens te wachten op een overtocht op het veel te kleine veerbootje. Maar Laibo weet raad, bribery – omkoperij dus. Goed, we kunnen niet anders, behalve als we van plan zijn hier nog drie dagen te wachten. Terwijl Laibo aan het onderhandelen is wordt ons busje voortdurend belaagd door massa’s mensen die ons alle soorten koopwaar aanbieden, variërend van geschilde appelsienen tot mooie stoffen. Linde koopt hier stof voor gordijnen, handig niet? Eindelijk rijden we het veer op en in een ongelofelijke dieselwalm steken we de rivier over. Als we al parasieten op ons lichaam meevoerden, dan zijn deze nu beslist gestikt. Aan de overzijde worden we tegengehouden door de douane, en onze drie begeleiders verdwijnen in een soort wachthuisje. Wat onze vrienden daar meemaken is niet onmiddellijk duidelijk, maar als ze 15 minuten later naar buiten komen lijken ze allesbehalve gelukkig. Buba, een gevoelig mens, is zelfs zodanig onder de indruk dat hij de volgende dagen nauwelijks nog iets zegt en zelfs niet meer in staat is onze waarnemingen op te schrijven. Het is zonder meer duidelijk dat er nog heel wat zaken zijn die we niet weten, in ieder geval lijkt de relatie burger-overheid stroef te verlopen. Behalve van het eigenaardige gedrag van Buba zijn we dit voorval snel vergeten, we rijden langs de North Bank als we plots een vliegende staart zien. het blijkt een Exlamatory Paradise Widach (Langstaartparadijswidah) te zijn, later zien we ook nog de Long-tailed Paradise Widah (Smalstaartparadijswidah). Wonderlijke beestjes zijn het. Ook de Namaqua Dove (Maskerduif) kruist ons pad terwijl een aantal Yellow-billed Oxpeckers (Geelsnavelossepikkers) zich te goed doen aan de parasieten op de rug van runderen die hier vrij rondlopen. 18 Verschillende vogelsoorten levert de North Bank ons op waarvan 5 nieuwe, niet slecht vind ik. Eindelijk arriveren we op onze bestemming, he “Baobolong Camp” op het JanjangBureh eiland midden in de rivier Gambia, op zo’n 250km van de kust.
11 December 2005 Jahali Swamps Vandaag heeft Laibo een tocht door de Jahali Swamps gepland. Dit is een uitgestrekt gebied van moerassen en rijstvelden, doorkruist met verharde paden en paadjes, een prachtig natuurgebied waar we van de 66 vogelsoorten die we hier noteren er 19 zijn die we op deze reis voor de eerste maal waarnemen. De Western-banded Snake Eagle (Kleine Grijze Slangenarend) vind ik het mooist, maar ook de African Crake (Afrikaanse Koningskwartel) en de African Pygmy Goose (Afrikaanse Dwerggans) zijn niet te versmaden. We sluiten de dag af met de prachtige waarneming van een Red-necked Falcon (Roodkopsmelleken) die van op een lage tak die 6 rare Toubabs en hun begeleiders zit aan te kijken. 's Avonds is er animatie in Baobolong met drums zang en dans, en daarna slapen, want moe zijn we wel.
12 December 2005 Vandaag gaat de tocht naar Basse Santa Su of kortweg Basse. De wegen zijn hier uitzonderlijk goed en na een goed uur bereiken we de meest oostelijke “grote” stad van Gambia. Het is een levendig stadje waar we eigenaardig genoeg niet worden nagelopen door “Toubaaab, Toubaaab” roepende kinderen of opdringerige venters. Blijkbaar is die gewoonte uit het kustgebied nog niet tot hier doorgedrongen. Even buiten het stadje stoppen we bij een uitgestrekt grasland, hier en daar zien we water tussen de stengels glinsteren. Dit ziet er veelbelovend uit. Terwijl de dames met Buba als bodyguard (maar wie bewaakt wie) het stadje bezoeken, (terwijl ze hem het verhaal van de douanecontrole ontfutselen, maar dit is stof voor een ander verhaal), verkennen wij onder de kundige leiding van Laibo het terrein. Dit levert ons soorten op als Black-rumped Waxbill (Napoleontje), Lavender Waxbill (Lavendelastrild) en Pygmy Sunbird (Kleine Honingzuiger). Terwijl Diederik bijna op een Groene Mamba trapt, (een uiterst onvriendelijk en giftig beestje dat gelukkig banger is van ons dan wij van hem) spotten we de eerste van verschillende Northern Carmine Bee-Eaters (karmijnrode bijeneters) die we in dit grasland zullen zien. De op een na mooiste waarneming van deze dag. Na de middagrust op de terugweg maken we halt bij een brug over de rivier Chamo. Hier verwachtte Laibo een vogel te zien die het blijkbaar op dit ogenblik laat afweten, welke vogel laat hij niet los, om vervolgens door te rijden naar een gebied dat hij Quarry noemt. Het is een vlakte waarvan een groot stuk gebruikt wordt voor de teelt van aardnoten. De vlakte wordt aan een zijde begrensd door een steile, met bomen en heesters begroeide helling. Hier doen we de mooiste waarneming van onze Basse-trip, namelijk een Cinnamon-breasted Bunting (Zevenstrepengors). We verdenken Laibo er van dat hij uitsluitend voor deze vogel naar hier gereden is. Als dat het geval is dat was de show die hij opvoerde prachtig, zo van, schhh, I think I hear a Bunting, rondkijken I think I hear a Cinnamonbreasted Bunting, rondkijken, en dan een uitbundig, there he is!!!, prachtig gewoon. In ieder geval zou ik, ook al ben ik geen twitcher, in België ook 150km rijden als ik de zekerheid had dit beestje in mijn telescoop te krijgen.
13 December 2005 Voor vandaag hebben we Laibo kunnen overhalen een boattrip te doen naar de nabij gelegen Baboon eilanden. Deze eilanden zijn als enige in Gambia gespaard gebleven van de grote kaalslag die het land heeft getroffen. De eilanden zijn onaantastbaar en ontoegankelijk, ze zijn dicht begroeit met het nog oorspronkelijke oerwoud. Er loopt hier een project voor reïntegratie van de chimpansee. Een beetje tegen zijn zin onderhandelt Laibo een mooie prijs bij de manager. Het is ons vandaag te doen om nijlpaarden waarvan we er dan ook een drietal zien. Dichterbij komen mogen we niet, deze beesten zijn levensgevaarlijk en helemaal niet zo zachtaardig als ze er uit zien. Maar ook van op deze afstand gezien zijn ze prachtig. Op de oevers liggen er ook gigantische Nijlkrokodillen, er is er eentje bij van ruim 4 meter. Ook spotten we op deze tocht 50 verschillende vogelsoorten, maar “no new birds” zoals Laibo gelaten zegt. Er is hier volgens mij wel een nieuwe, namelijk de African Palmswift (Palmgierzwaluw), die hebben we nog niet gezien. De middagrust brengen we lui door op het door een grote doek afgeschermde dek van de boot terwijl we slurpen van de door Buba met veel toewijding bereide African Thea, straf spul, mierzoet. Buba is sinds zijn onthullingen aan de meisjes op de Bassewandeling weer de oude, hij is duidelijk opgelucht dat hij zijn verhaal kwijt is. In de late middag maken we nog een mooie wandeling zonder de dames echter. Onder het mom te willen uitrusten in het kamp vertrekken ze later zonder escorte voor een uitgebreide verkenning naar het stadje.
Bushtrack Baobalong Riverside Goed voor 27 verschillende soorten waaronder 2 nieuwe, namelijk de ook bij ons gekende Common Redstart (Gekraagde Roodstaart) en de bij ons totaal onbekende Fourbanded Sandgrousse (Vierbandzandhoen). Het is een kalme aangename wandeling. We beleven het grootste plezier aan het besluipen van een koppel Black-headed Plover (Zwartkopkievit) en het begluren van een Malachite Kingfisher (Malachietijsvogel). Een grote groep Yellow-billed Oxpeckers (Geelsnavelossepikkers) is het orgelpunt op deze dag.
14 December 2005 Vandaag terug naar de kust langs de zuidelijke route. Dit traject staat in mijn geheugen gegrift als “De hel van het Zuiden”, gewoon verschrikkelijk, maar voor we dit traject bereiken, bezoeken we eerst nog het dorpje waar Laibo opgroeide. In de compound van zijn tante worden we hartelijk ontvangen. Banken en stoelen worden naar het binnenplein gesleurd en een beetje onwennig nemen we plaats. We moeten even wachten tot de oom en tante van Laibo verschijnen. Deze twee oudjes hebben hun beste kleren aangetrokken en tante heeft zowaar in de juwelenkist gezeten. Trots poseren ze voor de foto. Opnieuw valt mij de onvoorwaardelijke vriendelijkheid van deze mensen op, de lach is nooit van hun gelaat. Daarna bezoeken we het plaatselijke schooltje waar een vroegere leerling van Laibo nu directeur is. Hier slijten we onze laatste schriftjes en pennen. Spontaan beginnen de leerkrachten en kinderen te zingen en dansen uit dankbaarheid voor wat voor ons maar een kleine moeite is. Ik kan je verzekeren dat als je daar rondloopt met in iedere hand een rits hulpbehoevende kinderen, je hart niet groter is dan een erwt. De terugweg is slopend, we zien slechts 5 vogelsoorten deze dag met als uitschieters een White-breasted Cucoo-Shrike (Helmklauwier) en een Vieillot’s Barbet (Rood-gele Baardvogel). De rest van de dag beleven we in een waas van rood stof en stampen over het niet bestaande wegdek. Verder is het ook een dag van speuren naar brandstof. De weinige pompen die we tegenkomen blijken leeg, gesloten of verlaten. Uiteindelijk vinden Laibo en zijn team in een stoffig dorp een 25 literkan met dubieuze diesel. Dit is normaal de laatste dag van ons contract met Laibo, maar we besluiten hem nog één dag in te huren, wat onze gids, die een vriendenprijsje maakt, graag doet. Terwijl de meisjes luidkeels een zelfgecomponeerde afscheidssong ten gehore brengen, bereiken we eindelijk Kololi bij het Senegambia Beach hotel. We zijn totaal murw. Meer dan twaalf uren zijn we onderweg geweest. Aangezien dit, normaal gezien, de laatste maal is dat de vrouwen onze drie begeleiders zien, nemen we hier officieel afscheid. We hebben geschenken voor onze drie vrienden, en Buba pinkt zowaar een traantje weg. Na een verkwikkende hete douche, onze eerste warme in Gambia, eten we bij Alibaba, “Vis Yassa”, een vurige maaltijd. En dan slapen in een normaal bed, voelt een beetje raar.
15 December 2005 Afspraak met Laibo en Buba aan de ingang van het hotel. Nogmaals blijkt dat Laibo hier algemeen gekend en gerespecteerd wordt. Tijdens het wachten op onze gids worden we tot tweemaal toe aangesproken door potentiële gidsen die als wij de naam Laibo uitspreken, waarderend knikken en ons verder met rust laten. Na een tijdje komen Laibo en Buba eraan vergezeld van een chauffeur in een witte Pajero-jeep. De tocht gaat naar Pirang, een oude garnalenkwekerij die hier nu nog enkel mooi ligt te wezen. De meeste vogelsoorten die we aan het begin van de reis aan de kust gezien hebben vinden we ook hier terug. Toch zijn er nog drie nieuwe, en niet van de minste. Een koppel Black-crowned Crane (Zuidelijke Kroonkraan) toont zich hier van hun mooiste kant en een Booted Eagle (Dwergarend) rust uit op een van de dijken. Een bekende van bij ons is hier ook van de partij namelijk de Black-tailed Gotwit (Grutto). In de namiddag gaan we te voet naar het Bush en Cycletrack van Kololi, Het grootste deel van het pad is echter het laatste jaar verdwenen door nieuwbouw, maar toch vinden we nog enkele restanten die ons in totaal nog 40 vogelsoorten opleveren waarvan 4 nieuwe. Wat dacht je van de Square-tailed Drongo (rechtstaartdrongo) of de Zitting Cisticola (graszanger) en de Nightingale (Nachtegaal). De meest speciale echter heeft Laibo bewaard als laatste, deze vogel zet een punt achter deze fantastische vogelkijkreis namelijk de Long-tailed Nightjar (Mozambikaanse Nachtzwaluw). Als we bij ons hotel uit de taxi stappen belooft Laibo morgen, voor we vertrekken, nog eens langs te komen voor een definitief goodbye. De meisjes hebben de ganse dag in Kolloli doorgebracht en zijn naar eigen zeggen niet te veel lastig gevallen. Ze hebben souvenirs gekocht en aperitief die we drinken op het terras voor onze kamers. Morgen de laatste dag en terugkeer naar de Noordpool.
16 December 2005 Als 13 december de zwaarste dag van de reis was, dan is het vandaag zeker de langste. Reeds in de voormiddag besef ik dat de vogelrijkdom in de tuin van het hotel een beetje overroepen is. Akkoord, er zitten hier veel vogels, een 30 a 35 soorten heb ik er geteld, maar zeker niet de aantallen waar ik in de reclamefolders heb over gelezen. Voor de rest valt het hotel wel mee, maar ik vind het vooral geschikt voor mensen die enkel naar hier komen om aan het zwembad of strand te liggen en zich daarna te storten in het woelige nachtleven van Kololi.
Het zal wel aan mij liggen, maar geef mij maar het Paradise Inn in Tanji, Tendaba of Baobolong, dicht bij de natuur en de gewone mensen van hier. Om 17.30 uur vinden we voor de laatste maal Laibo Eagle Eye en Buba terug aan de ingang van het hotel, we nemen afscheid bij een drankje en Buba toont zich zeer gelukkig met zijn geschenk het boek "A Field Guide to Birds of The Gambia and Senegal". Nu kan hij pas echt beginnen studeren. Om 18.00 uur, het is afgelopen, het is nu enkel nog wachten op het luchthaventransport dat we verwachten omstreeks 20.00 uur. Rond 19.00 uur beleven we nog een aangename verassing, Mr.B. komt de hotellounge binnenwandelen, hij komt vertellen dat hij ons persoonlijk naar de luchthaven zal brengen. Om 21.00 uur we staan voor de ingang van de luchthaven, een voor een worden we bij wijze van afscheid door Mr.B. omhelsd, ook ik krijg het nu wel erg lastig. Om 23.50 uur gaat ons vliegtuig, alhoewel het in werkelijkheid een stuk later wordt.
Dank je wel TravelPoort, Laibo-Eagle-Eye, Buba, Mr.B., Mamadou, en vele anderen, het was een formidabele reis, .... we will remember you and hope to return.
Tot later,
Ronny.
Een lijst met Engelse en Nederlandse namen van de 236 soorten vogels die we voor onze lens kregen vind je bij: Onze birdwatching-vogellijst